In dit artikel
- Wat staat er in artikel 4?
- Is AI-geletterdheid na de wijziging nog verplicht?
- Voor wie geldt het binnen je bedrijf?
- Welk niveau heeft welke rol nodig?
- Wat hoort er in de training?
- Hoe maak je het aantoonbaar?
- Stappenplan in vier weken
- Losse training of onderdeel van iets dat je toch doet?
- Waar je begint
- Veelgestelde vragen
Je mensen gebruiken AI. In Copilot, in het CRM, in een chatvenster dat iemand zelf heeft geopend. De AI-verordening vraagt dat je als werkgever zorgt dat die mensen begrijpen wat ze doen. Dat staat in artikel 4, en het geldt voor elke organisatie die AI inzet, groot of klein. In juli 2026 is dat artikel aangepast. Hieronder lees je wat er nu staat, voor wie het geldt en hoe je het regelt zonder er een papieren exercitie van te maken.
Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies. Laat je aanpak toetsen door je jurist of privacyfunctionaris.
Wat staat er in artikel 4?
Artikel 4 van de AI-verordening (Verordening (EU) 2024/1689) gaat over AI-geletterdheid. Het geldt sinds 2 februari 2025 voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen. Een aanbieder bouwt een AI-systeem en brengt het op de markt. Een gebruiksverantwoordelijke zet een AI-systeem in onder eigen verantwoordelijkheid. De meeste bedrijven zijn dat laatste.
De oorspronkelijke tekst vroeg om maatregelen die, zoveel als mogelijk, zorgen voor een toereikend niveau van AI-geletterdheid. De digitale omnibus over AI (Verordening (EU) 2026/1744), in werking sinds 27 juli 2026, heeft dat herschreven. Aanbieders en gebruiksverantwoordelijken moeten nu maatregelen nemen om de ontwikkeling van AI-geletterdheid te ondersteunen bij hun personeel en bij anderen die namens hen AI-systemen bedienen. De nieuwe tekst zegt er uitdrukkelijk bij dat je niet hoeft te garanderen dat een bepaalde persoon een bepaald niveau haalt. De Europese Commissie en de lidstaten moeten die inspanningen ondersteunen, onder meer met praktijkvoorbeelden.
Kort gezegd: de plicht is gebleven, de lat is verschoven. Je moet aantoonbaar maatregelen nemen. Je hoeft geen kennisniveau per medewerker te garanderen.
Er staat geen urennorm in, geen examen en geen erkend certificaat. Wat passend is, hangt af van wie met AI werkt, waarvoor en wie er last van heeft als het misgaat. Die invulling ligt bij jou.
Is AI-geletterdheid na de wijziging nog verplicht?
Ja. Artikel 4 is niet geschrapt en niet uitgesteld. Het uitstel in de omnibus gaat over andere onderdelen, zoals de eisen voor AI-systemen met een hoog risico uit bijlage III, die volgens de gewijzigde tekst vanaf 2 december 2027 gelden. Wat wel veranderde: de verplichting is een inspanning, geen resultaat. Dat maakt het makkelijker om te voldoen, maar ook makkelijker om het te laten versloffen.
Gebruik je AI met een hoog risico, bijvoorbeeld bij werving en selectie, dan komt daar een zwaardere eis bij. Artikel 26 vraagt dat je het menselijk toezicht legt bij mensen met de nodige bekwaamheid, opleiding en autoriteit. Dat is meer dan een algemene sessie. Meer over die categorie lees je in AI Act en AVG: wat moet je regelen.
Voor wie geldt het binnen je bedrijf?
Voor iedereen die namens jou met AI werkt of over de inzet ervan beslist. Dat is een bredere groep dan de mensen die zelf prompts typen.
- Directe gebruikers: wie zelf een AI-tool bedient, van marketeer tot planner.
- Beoordelaars: leidinggevenden die beslissen op basis van een samenvatting of advies van AI.
- Beslissers over inkoop: directie, IT en inkoop, die moeten kunnen inschatten of een tool geschikt en toegestaan is.
- Inhuur en externen: zzp'ers, uitzendkrachten en dienstverleners die namens jou AI gebruiken. Regel dat in je afspraken met hen.
Klanten die jouw AI gebruiken, vallen er niet onder. Voor hen gelden de transparantieregels van artikel 50. En de groep medewerkers die echt niets met AI doet, wordt elk jaar kleiner: AI-functies verschijnen ongevraagd in Office, CRM- en boekhoudpakketten.
Welk niveau heeft welke rol nodig?
Bepaal per groep wat iemand moet kunnen. Deze indeling werkt in de meeste bedrijven als startpunt.
Alle medewerkers
Weten wat AI is en wat niet, herkennen dat uitkomsten fout kunnen zijn, weten welke gegevens er niet in mogen en bij wie ze terechtkunnen. Een korte basissessie plus één A4 met huisregels volstaat. Herhaal bij indiensttreding en jaarlijks.
Intensieve gebruikers
Marketing, sales, support en administratie. Zij moeten output kunnen controleren, bronnen kunnen nagaan en weten wanneer ze een mens erbij halen. Werk hier met een praktijksessie op eigen documenten en eigen taken.
Leidinggevenden en beoordelaars
Zij moeten beperkingen en scheefheid in uitkomsten herkennen en weten wanneer ze een AI-advies niet moeten volgen. Richt de sessie op besluiten, niet op tools.
Directie, IT en inkoop
Het verschil tussen aanbieder en gebruiksverantwoordelijke, de risicocategorieën van de verordening, de vragen die je een leverancier stelt en de raakvlakken met de AVG. Koppel dit aan een vaste toets voor nieuwe tools.
Gebruikers van AI met een hoog risico
Alles hierboven, plus kennis van het specifieke systeem, de logging, het menselijk toezicht en de documentatieplicht. Dit is de enige groep waarvoor het echt zwaar wordt.
Wat hoort er in de training?
Los van de vorm komen dezelfde onderwerpen steeds terug.
- Wat een taalmodel doet: het voorspelt wat waarschijnlijk klinkt, niet wat waar is. Dit ene inzicht voorkomt de meeste fouten.
- Controleren: cijfers, wetsartikelen, namen en citaten neem je nooit ongecontroleerd over. Zie ook AI-hallucinaties voorkomen.
- Gegevens: welke informatie niet in een AI-tool mag, en het verschil tussen een zakelijk account met verwerkersovereenkomst en een privéaccount.
- Scheefheid: waar oneerlijke uitkomsten vandaan komen en waarom dat zwaarder weegt bij besluiten over mensen.
- Menselijk toezicht: wanneer AI voorstelt en een mens beslist, en wie die mens is.
- De huisregels: welke tools zijn goedgekeurd, hoe je een nieuwe aanvraagt en waar je meldt als het misgaat.
Oefen met eigen materiaal. Een sessie met voorbeelden van andere bedrijven scoort goed op de evaluatie en verandert weinig aan het werk. Een sessie met je eigen offertes, mails en dossiers wel.
Hoe maak je het aantoonbaar?
Na de wijziging draait het nog meer om aantonen dat je maatregelen neemt. Vijf stukken maken dat zichtbaar.
- Een overzicht van de AI-systemen die je gebruikt: tool, leverancier, gebruikers, doel en welke gegevens erin gaan. Ook het gebruik dat buiten IT om is ontstaan.
- Een rolindeling: welke groepen er zijn en wat elke groep moet kunnen, met in twee zinnen waarom dat past bij de risico's.
- Registratie van deelname: datum, deelnemers, onderwerpen en wie de sessie gaf.
- Een vastgesteld AI-beleid met datum en versienummer. Hoe je dat opzet, staat in AI-beleid opstellen.
- Een herhaalafspraak: nieuwe medewerkers krijgen de basissessie, en het geheel wordt minstens jaarlijks herzien.
Bewaar het als één map met een datum erin. Krijg je de vraag van een klant, een aanbestedende partij of een toezichthouder, dan heb je het antwoord meteen.
Stappenplan in vier weken
Week 1: inventariseren. Vraag elk team welke AI-tools ze gebruiken, ook de gratis accounts. Zet het op één pagina. Verrassingen zijn normaal.
Week 2: rollen en niveaus bepalen. Deel je mensen in de groepen hierboven in en schrijf per groep op wat voldoende is en waarom.
Week 3: trainen. Begin bij de grootste groep en bij de rollen met het meeste risico. Gebruik eigen documenten.
Week 4: vastleggen. Beleid vaststellen, deelname archiveren, herhaalmoment in de agenda en een eigenaar aanwijzen die nieuwe tools toetst.
Losse training of onderdeel van iets dat je toch doet?
Veel bedrijven kopen AI-geletterdheid in als losse trainingsdag. Dat is een maatregel, en daarmee voldoe je aan de letter. Maar mensen weten na afloop vaak niet welke van hun eigen taken ze anders moeten doen.
Het alternatief: train mensen op de AI-toepassingen die je echt gaat invoeren, met hun eigen werk als oefenmateriaal. Dan is de training een bijproduct van iets dat waarde oplevert. Hoe je kiest tussen een workshop, een analyse en direct bouwen, lees je in AI-workshop, AI-scan of direct implementeren.
Waar je begint
De inventarisatie in week 1 is het meeste werk, en hij laat meer zien dan je compliance. Je ziet waar AI al tijd oplevert en waar het risico's meebrengt die niemand had opgemerkt. Wil je die inventarisatie gebruiken om te bepalen waar AI in je processen het meeste oplevert, dan doen we dat in de AI Opportunity Audit. Die maakt je niet compliant; dat blijft je eigen verantwoordelijkheid. Hij geeft je wel het overzicht waarop je beleid en training bouwt.
Bronnen: AI-verordening, Verordening (EU) 2024/1689, Verordening (EU) 2026/1744 (digitale omnibus over AI), Autoriteit Persoonsgegevens: aan de slag met AI-geletterdheid. Stand van zaken: oktober 2026.
Veelgestelde vragen
Is AI-geletterdheid wettelijk verplicht?
Ja. Artikel 4 van de AI-verordening geldt sinds 2 februari 2025 voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen. Sinds de wijziging door Verordening (EU) 2026/1744 (in werking op 27 juli 2026) moet je maatregelen nemen om AI-geletterdheid bij je personeel en anderen die namens jou AI gebruiken te ondersteunen. Je hoeft geen bepaald niveau per persoon te garanderen.
Welke training is verplicht?
Geen specifieke. De verordening schrijft geen cursus, urennorm of certificaat voor. Je kiest zelf een vorm die past bij de rollen en de risico's in je bedrijf, zolang je kunt laten zien welke maatregelen je hebt genomen.
Voor wie in mijn bedrijf geldt het?
Voor iedereen die namens je bedrijf met AI-systemen werkt of over de inzet ervan beslist: directe gebruikers, leidinggevenden die op AI-uitkomsten beslissen, directie en inkoop, en ook inhuurkrachten en leveranciers die namens jou AI gebruiken.
Hoe toon je AI-geletterdheid aan?
Met documentatie: een overzicht van de AI-systemen die je gebruikt, een rolindeling met wat elke groep moet kunnen, registratie van deelname aan sessies, een vastgesteld AI-beleid met datum en een afspraak over herhaling.
Geldt dit ook als we alleen Copilot gebruiken?
Ja. Copilot is een AI-systeem. Het niveau dat nodig is, is beperkt: begrijpen dat uitkomsten fout kunnen zijn, weten welke documenten je er niet in zet en weten dat je zelf verantwoordelijk blijft voor wat je verstuurt.






